Een duikongeval ... wat nu ?

Iedere duiker kan in principe een duikongeval herkennen en er de juiste eerste hulp voor starten. In dit artikel willen we een aantal praktische wetenswaardigheden opsommen in verband met het bijroepen van professionele hulp.



diagnose: duikongeval

Het stellen van de juiste diagnose is enkel mogelijk door medisch personeel. Als duiker of eerste hulp verlener gaan we er van uit dat iemand een duikongeval heeft wanneer die persoon tijdens de voorgaande 48 uren onder water is geweest en er perslucht (of ander ademgas) heeft geademd. De Eenheid voor Hyperbare Geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen heeft een flowchart ontwikkeld voor de behandeling van duikongevallen. Deze flowchart (stevig, logboekformaat) krijgt men gratis bij een georganiseerd (club)bezoek aan de Hyperbare Eenheid (+ 32 3 821 30 55) of kan hier gedownload worden.
Het is in de eerste plaats van zeer groot belang om zo snel mogelijk te starten met: CPR (indien nodig), toediening van 100% zuurstof, laten drinken van 1 liter water (indien goed bewust) en tegelijk - ook bij milde symptomen - contact te zoeken met professionele hulpverleners. Ondertussen verzamel je: duikcomputer, logboek en duikmateriaal (zonder te demonteren) van de gewonde duiker. Noteer al uw waarnemingen (symptomen) en nuttige gegevens in verband met de duiker.



de noodoproep

De gewonde duiker is aan wal: bel 112 en meld dat het gaat om een vermoedelijk of ernstig duikongeval, vermeld de juiste locatie: gemeente, straatnaam, . Ga ervan uit dat de Nederlandse hulpdiensten niet weten wat wij bedoelen met bvb. "de Tetjes" of "het Wrakske". Vermeld het aantal gewonde duikers.
De gewonde duiker is aan boord: bel 112 of roep de hulpdiensten op kanaal 16 via de marifoon (Noordzee: Radio Ooostende op kanaal 16 of Zeeverkeerspost Ouddorp; Zeeland: Verkeerspost Wemeldinge op kanaal 68 ). Probeer zo exact mogelijk uw positie bekend te maken en uw intenties of de mogelijkheid om eventueel de dichtstbijzijnde haven binnen te lopen.
De duiker is vermist: bel 112 of roep via marifoon en vermeld de plaats waar de duiker voor het laatst aan de oppervlakte is gezien of de plaats van te water gaan, zodat vanaf dat punt een zoekactie kan worden gestart.



België of Nederland

De organisatie van de eerste hulpverlening verschilt tussen België en Nederland. Daarnaast wordt de situatie ingewikkelder wanneer we ons op het water bevinden. Een vergelijking:

België:
Bij een oproep naar het 112 (100) - hulpcentrum kan men reeds bij de eerste oproep melden dat het om een ernstig duikongeval gaat en kan men vragen om een Medische Urgentie Groep (MUG) in een snel prioritair voertuig ter plaatse te sturen. Ambulanciers en ambulance-verpleegkundigen mogen wel zuurstof geven, maar geen intraveneus vocht toedienen. De mensen van de MUG, waar steeds een arts bij is, mogen dit wel. Meestal zal men een slachtoffer afvoeren naar het dichtstbijzijnde traumacentrum om daar de patient eerst te stabiliseren alvorens te verwijzen naar een recompressiecentrum.
Indien een duiker vermist is, zal de brandweer met een duikteam uitrukken, eventueel bijgestaan door (aanwezige) sportduikers. Bij een incident op de Noordzee zal de Sea King Reddingshelicopter vanuit Koksijde worden gestuurd. Zie hiervoor het artikel in de vorige Hippocampus (nr 193)






Nederland:
Het ziekenwagenpersoneel bestaat hier uit een ambulancier chauffeur en een verpleegkundige begeleider. Het Nederlandse ziekenwagenprotocol duikongeval omvat wel het intraveneus toedienen van vocht. Het personeel in Zeeland krijgt ook een extra opleiding over duikongevallen. Het is bijgevolg zeer nuttig om ook bij lichte symptomen de hulpdiensten in te schakelen. Daarnaast kan bij de melding of door het ziekenwagenpersoneel ook de hulp van het Medisch Mobiel Team (MMT, chirurg of anesthesist, piloot en traumaverpleegkundige/navigator) worden ingeroepen. Deze teams komen ter plaatse met een helicopter (Bolkow 105): de "Lifeline". Ze zijn overdag airborne binnen de twee minuten en kunnen vliegen aan maximaal 240 km per uur. Nederland beschikt over 4 van deze Lifeline traumaheli's: Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen en Groningen. In Zeeland zullen we te maken krijgen met de Lifeline 2 vanuit Rotterdam, welke afhankelijk van de wind op zo'n 15 à 20 minuten de Oosterschelde kan bereiken. Deze heli's beschikken niet over een winch (in tegenstelling tot de Belgische Sea King) en zullen in de eerste plaats een medisch team afzetten op de plaats van het ongeval om vandaar met de aanwezige ziekenwagen de slachtoffers te vervoeren naar een traumacentrum of recompressiecentrum. Enkel in uitzonderlijke gevallen zal een slachtoffer worden vervoerd met de heli, maar slechts dan, wanneer dit een duidelijke meerwaarde heeft zoals grote afstand of het kunnen vermijden van lange files. Vanuit Zeeland verkiest men bij duikongevallen bij voorkeur de afvoer naar de Eenheid voor Hyperbare Geneeskunde van het UZA te Antwerpen, gezien de grotere afstand naar het Duik Medisch Centrum in Den Helder. In Antwerpen beschikt men tevens over alle faciliteiten van een universitair ziekenhuis.

Indien we ons op het water bevinden, kan indien nodig een reddingsboot van de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij (KNRM: www.knrm.nl) ingezet worden. Voor de Oosterschelde vertrekt deze vanop Neeltje Jans en kan op ongeveer 20 minuten Wemeldinge bereiken. Ook deze ploeg heeft een extra training op het gebied van duikongevallen gehad. De reddingsboot kan dan het slachtoffer "afleveren" aan de diensten van de Lifeline-heli. Indien nodig kan ook beroep worden gedaan op de (Nederlandse) Koninklijke Marine, welke wel beschikt over heli's met een winch.



eigen vervoer: doe het niet

Sommige duikers verkiezen om een gewonde duiker zelf te vervoeren naar een recompressiecentrum. Het is duidelijk dat men dan niet kan beschikken over een aantal voordelen van de professionele hulpverleners. In de eerste plaats is er de professionele training en dagdagelijkse ervaring van deze hulpverleners. Er is steeds een grotere voorraad zuurstof beschikbaar. Het voordeel van zeer snel intraveneuze vochttoediening is eveneens niet te onderschatten. Daarnaast kan het transport gebeuren onder gecontroleerde omstandigheden: in een ziekenwagen. Stel u voor dat u met een gewonde duiker in uw wagen in een file terechtkomt, u beschikt niet over een zwaailicht of sirene. De situatie van de gewonde duiker kan verergeren: u zal op de pechstrook moeten stoppen om eventueel CPR toe te passen. Bedenk dat u, als buddy van de gewonde duiker, tijdens het rijden ook zélf symptomen kan ontwikkelen. Bij het zelf vervoeren van een gewonde duiker neemt u een risico waarvan de tol té hoog kan oplopen!
Doe daarom bij voorkeur een beroep op professionele hulpverleners, ook bij vermoeden van een duikongeval: liever op zeker spelen dan achteraf met grote problemen opgescheept zitten. Wanneer men snel kan beginnen met de juiste behandeling van een duikongeval is de kans op restletsel veel kleiner dan wanneer men wacht totdat meer ernstige symptomen optreden of totdat de lichte symptomen verdwijnen. Dit laatste kan wel een leven lang duren!

Steven Galicia


Met dank aan:
Wim Breeman, traumaverpleegkundige Lifeline 2, Rotterdam
Dr Luc Beaucourt, dr Sven Van Poucke en Jurgen Galicia, Eenheid voor Hyperbare Geneeskunde, UZA Antwerpen
Kees Groeneveld, PR coördinator, KNRM Station Noordland - Burghsluis

home